Voedingsbeleid

 

Het voedingsbeleid van Het Kootertje is onder de loep genomen door voedingsdeskundigen van Zorgbalans. Hieronder zijn de uitkomsten samengevat en kun je lezen welke voedingsmiddelen we op Het Kootertje aanbieden.

Zuigelingenvoeding
Zuigelingenvoedingen variëren onderling door de verschillende grondstoffen en productiemethodes die door de diverse fabrikanten gebruikt worden. Ondanks dat er verschillen tussen zitten, is de ene soort niet beter dan de andere.
Het Kootertje biedt Friso en Nutrilon aan. We bieden geen zuigelingenvoeding aan die specifiek is voor zuigelingen met problemen als allergieën of spugen.
Spenen en flessen van kinderen tot 6 maanden dienen dagelijks uitkookt te worden. Wanneer ze gebruikt worden door oudere kinderen is afwassen in de vaatwasser voldoende.

Moedermelk
Borstvoeding bevat afweerstoffen die beschermen tegen het ontstaan van een groot aantal ziektes. Bij kamertemperatuur (maximaal 25°C) kan borstvoeding maximaal 4 uur bewaard worden. In de koelkast maximaal 2 dagen (temperatuur maximaal 4°C). Indien de borstvoeding ingevroren wordt, kan deze 6 maanden in de diepvriezer bewaard worden. Het ontdooien van moedermelk geschiedt bij voorkeur langzaam in de koelkast, niet in de magnetron. Eenmaal ontdooide voeding moet binnen 24 uur gebruikt worden en mag niet opnieuw ingevroren worden. Opwarmen kan in de flessenwarmer of in de magnetron. Bij verwarming in de magnetron halverwege en na afloop de fles schudden om onnodig verlies van beschermende stoffen te voorkomen. Moedermelk wordt nooit aangelengd met Nutrilon of Friso.

 
Drinken
Er kunnen grote verschillen zijn in de drinkgewoonten van kinderen: de één vraagt nooit om drinken en de ander drinkt zoveel dat het ten koste gaat van de eetlust. Het is daarom goed alert te zijn op een goede verhouding tussen drinken en vast voedsel.
Voldoende drinken is een wezenlijk onderdeel van een gezonde voeding.
Te veel drinken kan gemakkelijk het evenwicht in de voeding verstoren. Te frequent drinken van suikerhoudende dranken is bovendien een risicofactor voor tandbederf (cariës en tanderosie).
Het drinken dat tussendoor aangeboden wordt is water. Tijdens de maaltijden krijgen de kinderen zuivel, thee of vruchtensap. 's Middags bieden we ook limonade aan.

Vaak wordt gedacht dat diksap beter en gezonder is dan een standaard aanmaaklimonade. Dit is een misvatting, want diksap bevat geen voedingsstoffen waardoor het gezonder zou zijn dan aanmaaklimonade. Beiden bestaan voor het grootste gedeelte uit suiker en diksap bevat van nature geen vitamines.

Brood en broodbeleg
Ook voor de kinderen die net brood mogen eten is fijn volkorenbrood een prima optie.
Voor het besmeren van het brood is margarine het beste. Uit onderzoek blijkt namelijk dat bij deze groep kinderen (peuters) de totale hoeveelheid vet in de voeding vaak te laag is.
Er zijn twee soorten vet: verzadigd (verkeerd) vet en onverzadigd (oké) vet. Kleine kinderen krijgen aan de ene kant te weinig vet binnen, maar daarvan is de hoeveelheid verzadigd vet dan weer heel hoog. Er moet dus wel voldoende vet in de voeding zitten, maar de hoeveelheid verzadigd vet moet zoveel mogelijk beperkt worden. Daarom kiezen wij wel  voor margarine op brood om de hoeveelheid vet voldoende te laten zijn, maar bieden we daarnaast magere vleeswaren en kaas aan. Ons broodbeleg bestaat uit: appelstroop, jam, vruchtenhagel, gestampte muisjes, pindakaas en chocoladehagelslag. Daarnaast ham, kipfilet, smeerkaas (20+), kaas, sandwichspread en smeerworst.

Teveel keuze is voor kinderen vaak niet duidelijk. Keuze uit zes soorten is genoeg.
Op Het Kootertje worden elke dag 6 soorten beleg aangeboden, 3x hartig en 3x zoet. Op de verschillende dagen kan gevarieerd worden met de combinaties van soorten beleg. 

Tussendoortjes
Iets lekkers tussendoor hoort thuis in een kindermenu. Het is wel de kunst om deze extraatjes niet de overhand te laten krijgen, waardoor de voeding uit balans raakt. Dit geldt voor alle leeftijden, zowel peuter, kleuter als het iets oudere kind.
De peuter is vaak een kleine eter en dan kan voor tussendoor beter worden gekozen voor broodvarianten en fruit, dan voor koek of snoep. Vooral als de hoofdmaaltijden nog klein zijn, is het belangrijk dat de tussendoortjes ook een bijdrage leveren aan de voorziening met voedingsstoffen.
Geschikte tussendoortjes zijn: fruit, rijstwafel, knäckebröd, soepstengel, kinderbiscuit (liga, sultana), volkoren biscuit, plakje ontbijtkoek, lange vinger, doosje rozijnen, gedroogde abrikozen, stukje komkommer, gele paprika, radijs, wortel of fruit.
Op Het Kootertje hebben we een variatie van bovengenoemde tussendoortjes in huis.
Standaard hebben we fruit- en een crackermoment; het is aan te raden deze niet te combineren in verband met de hoeveelheid eten die de kinderen dan binnenkrijgen. Dus òf een koekje/cracker òf fruit.

Traktaties
Traktaties horen bij kinderen! De ene ouder heeft meer tijd en is creatiever dan de ander. Je kan ouders niet verplichten tot een bepaald soort traktatie, maar je kan ze wel helpen met ideeën en tips. Een goede traktatie voldoet aan de volgende eisen: ze moet niet te lang in de mond blijven (kleven), liefst niet te zuur, maar ook niet te groot, te vet of te zout zijn. Zo help je tandbederf èn overgewicht te voorkomen. Een eventuele traktatie vervangt het tussendoortje, zodat kinderen niet teveel eten aangeboden krijgen.

Tips voor een gezonde traktatie:

* Mandarijnchinees. Een mandarijn met een chineeshoedje van papier. Aan het papier kan een klein vlechtje van dropveter geniet worden. Spleetogen, neus en mond worden op de mandarijn getekend met watervaste stift. 

* Ballonvaart. Een plastic bekertje vullen met popcorn, met daaraan vast drie rietjes om de ballon rechtop te houden. Gezellige hand; Vul een doorzichtige (chirurgen) handschoen met popcorn en bind het uiteinde dicht.

* Rozijnenhorloge. Plak op een doosje rozijnen een wijzerplaat van papier. Maak een elastiekje aan het doosje, zodat de kinderen hun ‘horloge’ om kunnen doen.

* kant-en-klare geschikte traktaties: bijvoorbeeld Schatkistjes van Red Band, dropsleutels of een klein krentenbolletje.

Vaatwasser en flessenwarmer
Tijdens een thema-avond over voeding werd ons verteld dat een fles nooit op een hogere temperatuur dan 50°C mag worden opgewarmd. Nu hangt het af van de flessenwarmer die je hebt op welke temperatuur die verwarmt. Voor de Philips Avent Naturally met 3 standen komt stand 1 overeen met 35-45°C, stand 2 met 45-75°C en stand 3 met 75-85°C. Dat betekent dus dat alleen stand 1 gebruikt mag worden bij het verwarmen van potjes.
Als er flessen en spenen in de vaatwasser liggen dan moet deze op minstens 60°C gedraaid worden.